ZO GEEF JE DE BORST
Huid-op-huid-contact
Je pasgeboren baby wordt na de geboorte – nog ongewassen en zonder kleren – op je blote buik gelegd. Het huid-op-huid-contact prikkelt de eerste reflexen, zodat je baby instinctief zoekt naar jouw tepel. Je baby onthoudt die eerste poging goed en in de oefendagen daarna ontstaat een patroon waarin aanleggen en drinken steeds beter gaan, terwijl ook de melkproductie goed op gang komt. Neem vooral je tijd, want aanleggen is een vaardigheid die enige oefening vraagt. Ook veel baby’s moeten leren om goed aan te happen.
tekst AMBER BOOMSMA fotografie IMKA WESTERHUIS
Bij een keizersnede of wanneer je baby direct na de geboorte onderzocht moet worden, kun je het aanhappen stimuleren door je baby weer op je borst te leggen voor dat belangrijke huid-op-huid-contact. Een ontspannen moment waarbij je je baby lekker warm houdt met je eigen lijf. Ook later in de kraamweek en zelfs later tijdens de gehele borstvoedingsperiode, kun je huid-op-huidcontact gebruiken om de borstvoeding te stimuleren.
Aanleggen
Om een goed evenwicht tussen vraag en aanbod op te bouwen, is het belangrijk om je baby de eerste dagen vaak bij je te laten drinken: minimaal zo’n acht tot twaalf keer of meer per dag. Het aanleggen vraagt aandacht. Alleen als dat goed gebeurt, krijgt je kindje voeding binnen en worden jouw borsten optimaal gestimuleerd om melk te maken.
Je kraamzus helpt bij het aanleggen. Zorg dat je zelf ontspannen zit of ligt en ondersteun je baby, eventueel met behulp van kussens. Het is belangrijk dat het hoofdje en lijfje in één rechte lijn zijn en dat je kindje met de buik tegen jou aan ligt, zodat het niet hoeft te draaien bij het happen. Een mooi uitgangspunt is: de borst moet niet naar de baby, maar de baby moet naar de borst. Dus geef je kindje zelf de kans.


Je kunt de hapreflex stimuleren door met je tepel langs de lippen van je baby te strijken. Pas als het mondje wijd open is en de tong een beetje uitsteekt, krijgt de baby bij het toehappen voldoende borst in de mond om te kunnen drinken. Zorg dat de baby naar boven hapt en niet naar beneden door de tepel tussen de bovenlip en de neus te houden. Je kunt de borst een beetje voorvormen naar de vorm van het mondje, zodat het aanhappen makkelijker gaat.
Gaat het bij het aanhappen mis, dan krijg je pijnlijke tepels. Gaat het goed, dan ligt je baby met neus en kinnetje tegen je borst en zijn de lipjes naar buiten gekruld. Het neusje heeft zo voldoende ruimte om te ademen, trek eventueel de billetjes dichter tegen je aan. Zorg dat het hoofdje vrij kan bewegen en duw er niet tegenaan, dan gaat je baby tegenstribbelen.
'Zorg dat het hoofdje vrij kan bewegen en duw er niet tegenaan, dan gaat je baby tegenstribbelen'
Tepelkloven
Pijnlijke tepels en kloven zijn heel vervelend, maar gelukkig goed te voorkomen door vanaf het eerste begin de baby goed aan te leggen. Vaak duidt pijn erop dat de baby de tepelhof niet goed in het mondje heeft. Je kraamzus kan laten zien hoe je baby de borst het beste kan toehappen. Kloven genezen snel als de baby goed aanhapt.
HOUDINGEN
Neem tijd en ruimte om je favoriete houdingen te ontdekken. Want als jij en je baby prettig zitten of liggen, is het geven van borstvoeding een fijn rustmoment. Je kunt liggend voeden – vooral ’s nachts praktisch of als je nog niet zo mobiel bent – en er zijn verschillende manieren waarop je zittend kunt voeden. Onze kraamzussen kunnen je deze houdingen uitleggen en aanleren.
Drinken
Eerst maakt je baby snelle zuigbewegingen om de toeschietreflex op te wekken. Zodra de melk stroomt, zuigt je kindje met diepe teugen en hoor je het slikken. Korte pauzes zijn prima. Pas als de pauzes langer worden, het zuigritme verandert en de kaak niet meer helemaal beweegt, laat de baby zelf los. Je kunt het vacuüm verbreken door voorzichtig je pink in de mondhoek van je kindje te duwen. Voordat je de andere borst geeft, is het goed om de luier te verschonen en te proberen een boertje te laten doen, want daar wordt de baby weer goed wakker van.
De voedingsduur verschilt per baby en moment van de dag; tien tot veertig minuten is normaal. Het is belangrijk dat bij elke voeding ten minste één borst goed wordt leeg gedronken, want de meest verzadigende melk komt aan het eind.
De tweede borst wordt vaak niet leeggedronken, daarom begin je de volgende voeding met die laatste borst. Op de derde tot vierde dag na de bevalling kun je last krijgen van stuwing: je melkproductie draait dan op volle toeren en daardoor zijn je borsten extra gevuld. Dat kan pijnlijk aanvoelen, maar door ze regelmatig goed leeg te laten drinken door je baby en zachtjes te masseren, verdwijnt de stuwing binnen één of twee dagen. Je borsten zijn dan gewend geraakt aan hun nieuwe taak. Als je vanaf het begin goed en vaak aanlegt, kan het zelfs zijn dat je helemaal geen last krijgt van stuwing.
Borstvoeding na een keizersnee kan prima. Alleen kan het wat langer duren voordat de productie van moedermelk op gang komt, omdat het lichaam zich moet herstellen van de operatie. Bovendien gelden door de buikwond houdingsbeperkingen en kunnen ook emoties en pijn in de weg zitten.
Goede begeleiding is in die periode extra fijn. Het is raadzaam om snel te beginnen met (na-)kolven ook al zuigt de baby al goed, zodat de melkproductie goed op gang komt